Tijdens mijn hardloopronde op een zondagochtend – met de weekendkrant nog vers in mijn hoofd – dacht ik terug aan de bijdrage van Bart Götte op het VO-congres van 26 maart. Bij de opening stelde hij een ogenschijnlijk eenvoudige vraag aan de zaal: “Wie denkt dat het onderwijs in transitie is?” Slechts een klein deel van de goedgevulde zaal stak aarzelend een hand op. Ik deed het niet. Net als de meesten. Terwijl ik nog nadacht over de vraag, was het moment alweer voorbij. Bart keek de zaal licht meewarig aan en stelde vervolgens dat het onderwijs natuurlijk ín transitie is – maar dat we dat massaal ontkennen. Volgens hem is dat typisch menselijk gedrag. Het is spannend om los te laten wat vertrouwd is, zeker als de nieuwe werkelijkheid nog onduidelijk is.
Dat is precies wat een transitie kenmerkt: de oude realiteit bestaat niet meer, terwijl de nieuwe zich nog niet heeft gevormd. Transities verlopen in het begin traag. Zo traag dat je denkt: het zal wel loslopen. Ondertussen doen we er alles aan om het bestaande systeem in stand te houden, ondanks de zichtbare veranderingen om ons heen. In het onderwijs stapelen die veranderingen zich op als gevolg van de razendsnelle ontwikkeling van artificial intelligence (AI).
Voordat ik die zondagochtend ging hardlopen, las ik een artikel uit het opiniekatern van NRC, geschreven door hbo-docent Merel Kamp. Haar stuk, getiteld “Ik ben een docent in rouw”, beschrijft de impact van AI op het hoger onderwijs. Ze opent met een opvallende bekentenis: ze is tegenwoordig bijna opgelucht als ze een slecht geschreven tekst van een student leest – dan weet ze tenminste zeker dat het mensenwerk is. AI wordt breed en openlijk gebruikt, door zowel studenten als docenten. Voor werkstukken, scripties en presentaties, maar ook voor het ontwikkelen van curricula en visiedocumenten. Kamp beschrijft hoe haar opleiding – gericht op het maken van mediaproducten – hierdoor in een bestaanscrisis is beland. Want als AI die producten net zo goed (of beter) kan maken, waar ligt dan nog de meerwaarde van een opleiding?
Het artikel van Merel Kamp is scherp, humoristisch en legt een duidelijke botsing bloot tussen werelden, overtuigingen en ook generaties. Ook ik ben via mijn studerende kinderen in aanraking gekomen met AI. Voor hen is het vanzelfsprekend; zij groeien ermee op en maken met intuïtief gemak gebruik van AI. Zelf zette ik pas onlangs mijn eerste voorzichtige stappen, door simpele prompts in te voeren. De snelheid en ogenschijnlijke kwaliteit van de gegenereerde tekst vond ik verbluffend. Tegelijkertijd voelde het ook wat ongemakkelijk – bijna illusoir. Hoe goed leesbaar ook, veel AI-teksten voelen voor mij glad en zielloos. De persoonlijke stem ontbreekt. En misschien nog wel belangrijker: het plezier van het schrijven zelf verdwijnt! Al besef ik dat dit voor sommigen inmiddels een achterhaalde gedachte is. Bovendien ontwikkelt AI zich razendsnel; de persoonlijke toon in een tekst is steeds beter te simuleren. Dus wat betekent dit voor de wijze van toetsen op onze scholen en wat vraagt dit van onze leraren? Want ook op de locaties van NassauVincent maken leerlingen en docenten veel gebruik van AI. Ik zie en hoor het steeds vaker terug in onze dagelijkse praktijk, terwijl duidelijke afspraken nog ontbreken.
Terwijl ik verder liep, vielen de woorden van Bart Götte en het artikel van Merel Kamp samen. En ineens wist ik het zeker: natuurlijk is het onderwijs in transitie! Volgens mij zitten we midden in een overgang die veel fundamenteler is dan we misschien willen erkennen. We proberen in het funderend onderwijs nog zoveel mogelijk door te gaan met het onderwijs zoals het was. We stellen AI-protocollen op en formuleren gedragsrichtlijnen. Belangrijk werk, zeker als het gaat om privacy, auteursrecht en informatiekwaliteit. Maar tegelijkertijd voelt het ook als een poging om grip te houden op iets dat veel groter is dan dat.
De ontwikkeling waar we middenin zitten, is ingrijpender en gaat sneller dan we misschien willen erkennen. Zowel Kamp als Götte raken aan dezelfde kern: het onderwijs bevindt zich in een fundamentele overgangsfase. En die gaat onvermijdelijk gepaard met gevoelens van crisis, onzekerheid en soms zelfs chaos. Er dient zich een nieuwe werkelijkheid aan. Maar wanneer precies? En hoe die eruit zal zien? Dat weten we nog niet.
Wat denk jij: is het onderwijs in transitie? En wat betekent dat voor jou?
Annalie Osinga
College van bestuur NassauVincent
