Kansengelijkheid begint met luisteren
Door Ingrid Paalman-Dijkenga – lector lectoraat Goede Onderwijspraktijken
Wanneer ik spreek over kansengelijkheid voor kinderen en jongeren, bedoel ik dat ieder mens - ongeacht achtergrond, huidskleur, taal of geslacht - daadwerkelijk gelijke toegang moet hebben tot de middelen, kansen en omstandigheden om zich te ontwikkelen, te groeien en te leren. Het gaat dus niet alleen om formele gelijkheid, maar ook om kansen die in het dagelijks leven voelbaar en merkbaar zijn.
Kansengelijkheid ontstaat niet vanzelf. Het is het logische gevolg van inclusie, van erkenning van de rechten van kinderen en jongeren, én van naar hen luisteren zonder oordeel. Door echt te luisteren, leren we hun verhalen kennen en ontdekken we mogelijkheden om zo leiding te geven dat er kansen zijn voor álle jongeren.
Er zijn daarbij drie begrippen relevant die ik graag wil uitleggen: inclusie, rechten en luisteren.
Inclusie
Inclusie betekent dat jongeren er volledig bij horen. Dat vraagt om het aanpassen van structuren, gewoonten en opvattingen. Niet alleen de jongeren die vanzelfsprekend in bestaande kaders passen moeten zich thuis voelen, maar juist ook degenen voor wie die kaders (nog) niet aansluiten.
In het onderwijs, als onderdeel van de maatschappij, roept dit vragen op die we met elkaar moeten bespreken, zoals:
- Hoe betrekken we alle jongeren erbij, ook degenen die we nog niet goed begrijpen of die gedrag laten zien dat we ingewikkeld vinden?
- Hoe werken we samen aan een gevoel van ‘erbij horen’, binnen school, in de wijk en daarbuiten?
- Welke verwachtingen leggen wij (vaak onbewust) op aan jongeren?
- In hoeverre dragen onze huidige kaders bij aan goed onderwijs en bevorderen ze kansengelijkheid?
Inclusie gaat over een omgeving waarin iedereen erbij hoort, zichzelf herkent in relatie tot anderen, en de ruimte krijgt om te groeien en zich te ontwikkelen.
Rechten
Jongeren hebben recht op kansengelijkheid. Het is geen vraag of we hier iets aan moeten doen.Volgens internationale verdragen, zoals het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, is het simpelweg een gegeven.
Dat betekent dat jongeren recht hebben op toegankelijk, kwalitatief goed en niet-discriminerend onderwijs, dat hen toegang geeft tot de maatschappij. Daarbij hoort erkenning van hun waardigheid, hun eigen mening en hun recht op ontwikkeling.
De rechten van het kind zouden de basis moeten vormen onder het ontwerp van ons onderwijs. Alleen zo wordt kansengelijkheid structureel bevorderd. Het is zowel moreel als juridisch de juiste weg.
Luisteren
Een van de grootste obstakels voor kansengelijkheid is dat volwassenen vaak denken te weten wat goed is voor jongeren, zonder daarbij oprecht naar hen te luisteren. Terwijl het ontbreken van gelijke kansen geen keuze is, maar meestal het gevolg van factoren als armoede, sociale context of geografische ligging.
Hierdoor is het nog belangrijker om jongeren echt te verstaan. Hun woorden, hun ervaringen, maar ook wat niet direct hoorbaar of zichtbaar is. Luisteren begint bij oprechte interesse in de ander en het geven van ruimte aan hun verhaal.
Luisteren maakt het verschil tussen geaccepteerd of geïsoleerd zijn en voelen. We moeten luisteren vóórdat we diagnosticeren, adviseren of oplossingen aandragen. Alleen zo wordt luisteren de eerste stap naar kansengelijkheid, gebaseerd op inclusie en kinderrechten.
Naar een gezamenlijke verantwoordelijkheid
Kansengelijkheid is geen gegeven op papier, maar de basis voor het inrichten van onze samenleving. Onderwijs, jeugdzorg en overheid moeten blijvend erkennen dat niet iedereen vanuit dezelfde situatie begint. Armoede, discriminatie, taalachterstand en gezondheid bepalen nog te vaak wie wel of geen kansen krijgt.
Inclusie kan deze ongelijkheid doorbreken door eerlijke voorwaarden te scheppen voor elke jongere. De rechten van het kind moeten daarbij meer werkelijkheid worden dan nu het geval is, want die reiken verder dan de school of de klas.
Elke jongere heeft recht op onderwijs in een veilige omgeving, waar ruimte is om zijn of haar talenten te ontwikkelen. Dat vraagt van professionals om naar binnen te kijken, naar jouw mens-zijn: ‘Wie ben jij?’ Luister naar je innerlijke stem. Dit zorgt ervoor dat je als persoon en professional in staat bent om de blik naar buiten te richten en ook je eigen-ik trouw te zijn.
Door écht te luisteren kunnen we ons verbinden, empathie tonen en samen werken aan een samenleving waarin kansengelijkheid de norm is. Ongelijkheid is geen vaststaand gegeven, maar een vraagstuk dat wij met elkaar moeten oplossen.
Laten we ervoor zorgen dat elke jongere ontmoetingen krijgt die zijn of haar toekomst op een positieve manier beïnvloedt. In het onderwijs hebben wij de kans om deze ontmoetingen samen mogelijk te maken. Hun toekomst is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid.
* Foto gemaakt door: Rene Schotanus.