Gastblog NassauVincent maart: Renate Schenk

Van passend naar inclusief onderwijs: Hard werken met een optimistische blik

door Renate Schenk, directeur-bestuurder samenwerkingsverband passend onderwijs Noord- en Midden Drenthe.


Toen ik werd gevraagd om een gastblog te schrijven, greep ik die kans met beide handen aan. Een mooie gelegenheid om een paar stevige boodschappen te delen over passend en inclusief onderwijs. Maar al schrijvend liep ik vanzelf weer tegen dilemma´s, botsende argumenten en nuances aan. Was het maar zo eenvoudig om de toekomst in klinkende oneliners te vatten.


Laat ik toch beginnen met een stevige boodschap!


Als we willen dat kinderen later goed met elkaar kunnen samenleven, en dat willen we, dan moeten ze elkaar ontmoeten, samen opgroeien en zoveel mogelijk samen leren.


Deze komt zin komt gemakkelijk op papier. Met deze basisgedachte ben ik opgevoed. In de jaren zeventig, hing bij ons thuis een poster van Dick Bruna in de gang. Tien kinderen, in de kenmerkende Dick Bruna-stijl, bij elkaar in een groepje. ‘De openbare school niet apart, maar samen’. Die missie van samen naar school gaan draag ik tot op de dag van vandaag met verve uit.


Als we inclusief onderwijs willen bewerkstelligen hebben we, zeker in het voortgezet onderwijs, nog veel werk te doen. In ons stelsel van vroegtijdige selectie en diplomagerichte leerwegen zullen we echt iets moeten veranderen. Zoals we het nu hebben georganiseerd kom je als havo-leerling in je dagelijkse schoolgang vrijwel nooit een jongere met een verstandelijke beperking tegen. En als praktijkonderwijs-leerling kom je niet zo gauw in aanraking met de leefwereld van een gymnasiast.


In onze regio gaan bovengemiddeld veel leerlingen naar voortgezet speciaal onderwijs: 4,6 procent. We hebben prachtige speciale voorzieningen, waar meer tijd, ruimte en expertise is om tegemoet te komen aan de vraagstukken die jongeren met zich meebrengen. Veel leerlingen bloeien er zichtbaar op. Tegelijkertijd weten we dat zij er meestal niet trots op zijn dat zij op een speciale school zitten. Veel jongeren verbloemen dat, want liever horen zij er gewoon bij, net als alle andere leeftijdsgenoten.


Sinds jaar en dag wordt er hard gewerkt door kundige en gedreven collega’s om te zorgen voor goed onderwijs voor alle kinderen. Ik kan er echt van genieten als ik mooie dingen in de onderwijspraktijk zie gebeuren. Vroeger had ik een vanzelfsprekend vertrouwen in vooruitgang. Door gezamenlijke inspanningen zouden we onszelf langzaam naar een betere toekomst voortbewegen. Inmiddels weet ik dat dit niet automatisch zo werkt. We hebben door de jaren heen veel goede dingen opgebouwd: visies, methodieken, vaardigheden en stappenplannen. Maar kennis komt en kennis gaat. Zodra je even niet oplet, verwateren dingen en voor je het weet is het ‘iets van vroeger’. Onderhoud en borging; het klinkt saai, maar is zo noodzakelijk.


En er kan zoveel meer dan we denken dat er kan.

‘Steeds inclusiever is slappe bouillon!’. Deze uitspraak van Sophie Sergeant bleef in mijn hoofd hangen. Met een beetje aanklooien winnen we de strijd tegen het verval niet. Laat staan dat onze gewenste toekomst dichterbij komt. Wat we nodig hebben: urgentie, een helder perspectief en het optimisme dat het ons gaat lukken.


Hoe een inclusieve leeromgeving in 2035 er precies uitziet? Poe. Er zijn gedachten, ideeën en inspirerende praktijkvoorbeelden genoeg. We doen uitspraken over wat we absoluut niet willen voor de toekomst en suggesties over hoe het misschien toch wél kan. Laten we onszelf de ruimte geven om die nieuwe inclusieve leeromgeving te ontwerpen, samen met partners zoals gemeenten en de jeugdzorg.


Deze week had ik een vader van een thuiszittende jongere aan de telefoon. ‘Mijn zoon is de moed verloren, hij mist de oprechte nieuwsgierigheid en aandacht van zijn mentor en hij mist een perspectief. Het zou zo fijn zijn als er kleine succesjes gehaald kunnen worden, waar hij zich weer aan kan optrekken’. Wat verwoordde deze vader het raak. Wat voor een leerling geldt, geldt voor een leraar evengoed. En wat voor een leraar geldt, geldt voor een school, voor een samenwerkingsverband en voor onze maatschappij.


Op de poster van Dick Bruna staat ook een kindje met een traan. Samen naar school gaan, is kennelijk niet altijd voor iedereen leuk. Dat is de realiteit en ook niet altijd erg. Moeilijkheden overwinnen geeft kracht. Ik geloof dat we met een gezamenlijke wil, aandacht voor elkaar, hard werken en een optimistische blik op de toekomst, het heel ver gaan schoppen.


Renate Schenk


*In het nieuwe Ondersteuningsplan 2026-2030 wordt de route naar inclusief onderwijs omschreven. Naar verwachting wordt het plan voor 1 mei 2026 vastgesteld.